JavaScript DHTML Menu Powered by Milonic
 



images/upload/Arpad/Arpad3.jpgimages/upload/Onyx/Onyx8.jpg

De Historie

De Newfoundlander

Waar komt deze unieke hond, nee dit unieke ras vandaan?

Van Newfoundland zult u zeggen. Ongetwijfeld komt dan de vraag:"Hoe is hij daar gekomen?"

Wie zal het zeggen. Er bestaan verschillende theorieën,maar niet één geeft uitsluitsel hierover. Johan Pieterse, de grote Nederlandse propagandist van het ras en de oprichter van de NNFC, hield het erop dat Jean Cabot en zijn manschappen, de ontdekkers van Newfoundland, hun scheepshonden aldaar aan land hebben gebracht. Deze honden, op hun beurt ook voorouders van de Pyreneese berghond en de Noord-Spaanse Spaniël, zouden op Newfoundland de grondslag hebben gelegd voor onze Newfoundlander.

De Zwitserse deskundige Or. Albert Heim is van mening dat de schedel van de Newfoundlander overeenkomsten vertoont met de 'Canis Familiaris Inostranzeur', de oervader van de Tibetaanse Dog en de Molossus, Dogachtigen waartoe ook de Mastiff, de St. Bemard, de Pyreneese Berghond en de Elandhond gerekend worden.

Op grond van die verwantschap kan de Newfoundlander zich niet zelfstandig op het eiland ontwikkeld hebben en moet daarom van elders zijn gekomen. Meegenomen door Baskische vissers, die reeds in 1506 op Newfoundland zijn gerapporteerd? Of waren het de oer-Indianen die op het eind van de laatste IJstijd via de Aleoeten het Amerikaanse continent binnentrokken en Tibetaanse dogachtigen meebrachten?

Was het misschien Leif Erikson, de vergeten ontdekker van Amerika, die in de tiende eeuw een grote zwarte 'beer-hond' genaamd Oolum meebracht? Wat er van die theorieën ook waar mag zijn, één ding is zeker: we zullen nooit met zekerheid de herkomst van de Newfoundlander kunnen vaststellen.

Misschien is dat ook wel zo goed, want we kunnen nu met stelligheid beweren dat het ras niet door mensenhanden is gemaakt. De Newfoundlander heeft een natuurlijk ontwikkelingsproces doorgemaakt, zonder slachtoffer te zijn geworden van ingrijpen door de mens om te voldoen aan een vooraf bepaald doel, aan een gril of waanidee. De Newfoundlander is een natuurprodukt van het eiland.

Dit natuurproduct is door de Engelsen 'bewerkt' waardoor het huidige verschijningsbeeld ontstaan is.

Algemeen voorkomen
De Newfoundlander is zwaar met krachtig lichaam, goed gespierd en goed gecoördineerd in zijn bewegingen.

Belangrijke verhoudingen
De lengte van het lichaam gemeten vanaf het boeggewricht tot aan de zitbeenknobbel is groter dan de hoogte van de schoft.
Het lichaam is compact. Het lichaam van de teef mag iets langer zijn en is minder zwaar dan dat van de reu.
De afstand van de schoft tot de onderzijde van de borst is iets groter dan de afstand van de onderzijde van de borst tot aan de grond.

Gedrag en temperament
De expressie van de Newfoundlander weerspiegelt welwillendheid en zachtheid. Waardig, opgewekt en creatief.
Hij staat bekend om zijn onvervalste zachtmoedigheid en rust.

Hoofd
Massief. Het hoofd van de teef is als van de reu, maar minder massief.

Aangezicht
Neus. groot, goed gepigmenteerd, neusvleugels goed ontwikkeld. Kleur: zwart bij zwarte en wit¬zwarte honden, bruin bij bruine honden. Voorsnuit Duidelijk vierkant, diep en matig kort, bedekt met kort fijn haar en vrij van plooien.
De mondhoeken zijn zichtbaar, maar niet te uitgesproken.
Lippen Zacht. Gebit Scharend of tanggebit. Oren Betrekkelijk klein, driehoekig met ronde punten, goed naar achteren geplaatst en aanliggend tegen de zijkant van het hoofd. Wanneer het oor van de volwassen hond naar voren wordt gebracht, dan reikt het tot de binnenhoek van het oog aan dezelfde kant.

Lichaam
Het gehele skelet is zwaar. Gezien van opzij is het lichaam diep en krachtig.

Achterhand. Omdat stuwkracht voor het trekken van lasten, voor het zwemmen of om doelmatig voort te bewegen voornamelijk afhankelijk is van de achterhand, is de bouw van de achterhand van de Newfoundlander van het grootste belang. Het bekken moet daarom sterk, breed en lang zijn.

Bovenbenen Breed en gespierd.

Staart. De staart fungeert als een roer wanneer de Newfoundlander zwemt; daarom is hij sterk en breed bij de aanzet. Staat de hond, dan hangt de staart omlaag met misschien een lichte buiging aan het eind en

reikt tot op of iets onder de sprong. Wanneer de hond gaat of opgewonden is, dan wordt de staart recht naar achteren met een lichte opwaartse bocht gedragen, maar nooit over de rug gekruid of tussen de benen gebogen.

Gang/beweging
De Newfoundlander beweegt met goed uitgrijpen van de voorbenen en met een sterke stuwkracht vanuit de achterhand, daarbij de indruk gevend van moeiteloos vermogen. Een lichte rol van de rug is normaal. Indien de snelheid toeneemt neigt de hond naar éénsporigheid waarbij de bovenbelijning vlak blijft.

Vacht
De Newfoundlander heeft een waterafstotende dubbele vacht. De bovenvacht is tamelijk lang en sluik zonder krul. Een lichte golving is toegestaan. De ondervacht is zacht en dicht, dichter in de winter dan in de zomer, maar altijd in zekere mate aanwezig op kruis en borst. Het haar op het hoofd, de voorsnuit en oren is kort en fijn. De voor- en achterbenen zijn bevederd. De staart is volledig bedekt met lang dicht haar, maar vormt geen vlag. Trimmen en bijknippen wordt niet aangemoedigd.

Kleur
Zwart, wit-zwart en bruin.

Zwart: de traditionele kleur is zwart. De kleur moet zoveel mogelijk egaal zijn, maar een lichte zweem van bruin is toegestaan. Witte aftekeningen op borst, tenen en/of staartpunt zijn toegestaan. Wit-zwart: deze variëteit is van historische betekenis voor het ras. Voor de aftekening gaat de voorkeur uit naar een zwart hoofd met bij voorkeur een witte bles doorlopend tot op de voorsnuit, een zwart zadel met gelijke aftekeningen en een zwart kruis en het bovenste deel van de staart. De overige delen van het lichaam moeten wit zijn en mogen een minimale "ticking" vertonen. Bruin: de bruine kleur loopt van chocolade- tot bronskleur. Witte aftekeningen op borst, tenen en/of staartpunt zijn toegestaan.

Wit-zwarte en bruine honden moeten in dezelfde klasse worden voorgebracht als de zwarte.

Grootte en gewicht
De gemiddelde schofthoogte is voor volwassen reuen: 71 cm (28 inches) voor volwassen teven: 66 cm (26 inches).
Het gemiddelde gewicht is: voor reuen: ongeveer 68 kg voor teven: ongeveer 54 kg